Op de avond van 24 juni 2026 kwam er ergens binnen de algoritmen die de Belgische day-ahead-elektriciteitsmarkt afwikkelen, een enkel 15-minutenvenster terug met een prijs van 1,038,25 €/MWh. Naar de maatstaven van een gewone zomeravond is dat cijfer bijna absurd; het lijkt meer op een typefout dan op een tarief. Binnen enkele uren werd dit gemeld als de hoogste prijs die de Belgische markt sinds 2011 had voortgebracht, toen een softwarefout de prijzen kortstondig deed stijgen tot 2,999 €/MWh – een anomalie die zo vreemd was dat ze vijftien jaar later nog steeds als waarschuwend voorbeeld wordt aangehaald.
Het is een mooi verhaal, en voor zover het gaat, is het ook waar. Maar het blijkt ook niet helemaal het hele verhaal te zijn, want de vergelijking klopt alleen als je ervan uitgaat dat de Belgische elektriciteitsmarkt pas in 2016 is ontstaan. Heel veel mensen die over het record van dinsdag schrijven en lezen, geloven precies dat, omdat de database waar bijna iedereen naar grijpt – het transparantieplatform van ENTSO-E – pas vanaf dat jaar gegevens bevat met een enigszins betrouwbare uur-granulariteit. Het is een buitengewone bron, en het is de standaardbril geworden waardoor een hele generatie energiejournalisten, analisten en handelaren begrijpt hoe „normaal“ en „extreem“ eruitzien op een Europese elektriciteitsmarkt.
De Belgische elektriciteitsmarkt is echter niet in 2016 ontstaan. Ze is zelfs niet in 2011 ontstaan. Om te begrijpen wat het record van dinsdag nu eigenlijk wel en niet betekent, moet je verder teruggaan dan de gegevens waar de meeste mensen naar kijken, naar een markt die jonger en kleiner was, veel sterker geconcentreerd in de handen van één enkel bedrijf, en aanzienlijk minder transparant over de manier waarop de prijzen daadwerkelijk werden vastgesteld.
Een markt die nog steeds zijn weg zoekt
België heeft zijn elektriciteitsmarkt in 2007 volledig geliberaliseerd; dat was het jaar waarin nieuwe spelers zoals Eneco, Essent en Lampiris voor het eerst producten konden aanbieden aan Vlaamse en Waalse huishoudens, naast de gevestigde speler. Op papier was dit het moment waarop België zich bij zijn buurlanden voegde met iets dat leek op een concurrerende elektriciteitsmarkt. In de praktijk had één bedrijf echter nog steeds de overgrote meerderheid van de opwekkingscapaciteit van het land in handen. Het aandeel van Electrabel in de levering aan grote industriële afnemers die waren aangesloten op het federale transmissienet bedroeg dat jaar ongeveer 87,7%, een cijfer dat de CREG, de Belgische energieregulator, zonder veel commentaar publiceerde, omdat het cijfer zelf al voldoende commentaar was.

In deze nog steeds onevenwichtige markt deed zich in 2007 een reeks ongewoon scherpe prijsstijgingen voor, in mei, oktober, november en december, gevolgd door verdere pieken in april en mei 2008. Deze waren zo aanzienlijk en kwamen zo vaak voor dat de CREG een onderzoek instelde naar het gedrag van de Belgische elektriciteitsbeurs in die periode, en haar bevindingen formeel vastlegde in een studie van 7 mei 2009. In wezen werd in die studie onderzocht of het koopgedrag van de dominante speler op de markt samenviel met, en wellicht zelfs versterkte, periodes waarin de kernenergieproductie daalde – een patroon dat, indien opzettelijk, steeds minder lijkt op een markt die reageert op schaarste en steeds meer op een markt die kunstmatig schaars wordt gemaakt.
Drie pieken, drie verschillende verhalen
Wat de vergelijking tussen 2007, 2011 en 2026 de moeite waard maakt, is niet de omvang van de cijfers, hoe indrukwekkend die ook zijn. Het is het feit dat achter elke piek – op het eerste gezicht een vrijwel identiek symptoom, namelijk een grafiek waarin een lijn plotseling een richting inslaat die hij helemaal niet zou moeten inslaan – een heel andere oorzaak schuilgaat.
In 2007, na het onderzoek door de CREG, gedroeg de markt zich zoals een markt zich gedraagt wanneer één deelnemer genoeg macht heeft om de markt te beïnvloeden. Dit was het prille begin van de elektriciteitsmarkt, waarin concurrentie, biedprocedures, handelaren, producenten en consumenten allemaal nog aan het leren waren hoe dit zou kunnen werken. In 2011 was de oorzaak mechanisch: een stukje software deed iets wat het niet hoorde te doen, kortstondig en met catastrofale gevolgen, en de markt kwam plichtsgetrouw tot een afrekening tegen een prijs die eerder een storing weerspiegelde dan iets wat zich in de fysieke wereld afspeelde. De piek van deze week is weer anders, en in zekere zin de meest ‘eerlijke’ van de drie: een hittegolf die zich over België en een groot deel van Midden- en West-Europa uitstrekte, deed de vraag stijgen op precies die uren waarop de zonne-energieproductie tegen de avond al aan het afnemen was, en omdat windenergie weinig bijdroeg, beschikte het net simpelweg niet over voldoende flexibel aanbod om op dat moment aan de vraag te voldoen zonder iemand te vragen een prijs te betalen die hoog genoeg was om ofwel meer opwekking online te brengen, ofwel een deel van die vraag te overtuigen om te wachten.

Dat onderscheid – tussen een markt die faalt en een markt die onder echte fysieke druk precies werkt zoals bedoeld – is belangrijker dan het cijfer in de krantenkoppen. Een prijsstijging als gevolg van manipulatie is een kwestie van regelgeving en handhaving: gaat het erom of de marktregels worden nageleefd en of er iemand nauwlettend genoeg toeziet om te merken wanneer dat niet het geval is? Een prijsstijging als gevolg van een softwarefout is een kwestie van operationele veerkracht, van de onopvallende infrastructuur die correct moet werken om een markt überhaupt te laten functioneren. En een prijsstijging als gevolg van een daadwerkelijke, door het weer veroorzaakte aanbodcrisis is een kwestie van natuurkunde, van een elektriciteitsnet dat steeds afhankelijker wordt van een mix van energiebronnen die niet altijd beschikbaar is wanneer je die het hardst nodig hebt.
Alleen tegen het derde soort piek kan een huishouden – of een automatiseringssysteem dat namens een huishouden handelt – iets zinvols ondernemen. Je kunt marktmanipulatie niet te slim af zijn door je vaatwasser op een ander tijdstip te laten draaien, en je kunt zeker geen softwarefout te slim af zijn. Waar je wel iets aan kunt doen, is het derde type: een elektriciteitsnet dat je, vrijwel in realtime, laat weten dat het aanbod op dit moment krap is en over een paar uur waarschijnlijk weer op peil zal zijn.
Waarom de gegevens maar tot zo ver teruggaan
Het is de moeite waard even stil te staan bij de vraag waarom de gegevens van ENTSO-E precies daar beginnen waar ze beginnen, want het antwoord zegt iets over hoe recent de Europese elektriciteitsmarkten zijn uitgegroeid tot het soort transparante, geharmoniseerde systeem dat een record zoals dat van dinsdag überhaupt begrijpelijk maakt voor het grote publiek. ENTSO-E zelf, de vereniging van Europese transmissienetbeheerders, is pas in de jaren na 2015 begonnen met het samenbrengen van gedetailleerde, gestandaardiseerde prijs- en productiegegevens uit heel Europa op één openbaar platform, als onderdeel van een bredere regelgevende inspanning voor markttransparantie onder de Europese wetgeving. Daarvoor bestonden de gegevens wel, maar ze waren versnipperd over nationale beurzen en toezichthouders, in formaten die niet altijd op elkaar aansloten, in PDF’s in plaats van databases, in jaarverslagen in plaats van API’s.
Dat is geen kritiek op ENTSO-E; hun transparantieplatform betekent immers een echte en aanzienlijke verbetering ten opzichte van wat er eerder was. Het is gewoon een herinnering dat „de gegevens die we hebben“ en „wat er in het verleden is gebeurd“ niet hetzelfde zijn, en dat de kloof daartussen vaak onzichtbaar blijft totdat een getal als 1,038,25 €/MWh iedereen ertoe aanzet om naar de context te zoeken, en de gemakkelijkst te vinden context dan automatisch de enige context wordt die iedereen rapporteert.
Wat de langere geschiedenis je leert
Zodra je de jaren 2007, 2011 en 2026 naast elkaar legt, komt er een nuttiger patroon naar voren dan het patroon dat uit elk afzonderlijk jaar blijkt. Ongeveer eens in de zeven tot acht jaar, telkens om totaal verschillende redenen, heeft de Belgische markt een prijsextreem voortgebracht dat ernstig genoeg was om de krantenkoppen te halen. Dat is geen bewijs dat het systeem op een constante, onveranderlijke manier kwetsbaar is. Het is wel een aanwijzing dat een markt van deze omvang, die zo onderling verbonden is en in toenemende mate blootstaat aan weersinvloeden, periodiek door iets op de proef wordt gesteld, en dat dat ‘iets’ steeds weer verandert. In 2007 draaide het om marktmacht. In 2011 draaide het om een operationele storing. Deze week draaide het om fysieke schaarste, het soort dat ontstaat wanneer een elektriciteitssysteem is opgebouwd rond een brandstofbron die af en toe gewoonweg niet beschikbaar is.

De vorm van fysieke schaarste is ook de vorm die zich waarschijnlijk het vaakst zal blijven voordoen, en vaker dan eens per decennium, aangezien België en zijn buurlanden steeds meer wind- en zonne-energiecapaciteit toevoegen zonder dat ze voldoende flexibele opwekking, opslag en vraagrespons opbouwen om de schommelingen op te vangen die intermitterende opwekking veroorzaakt. Dat is geen reden om je zorgen te maken over hernieuwbare energie. Het is wel een reden om meer dagen zoals deze te verwachten, met een aanzienlijk kortere tussenpoos dan de periodes tussen 2007, 2011 en 2026, en om goed na te denken over welke huishoudens in staat zijn om iets nuttigs te doen wanneer die dagen aanbreken, en welke huishoudens gewoon moeten slikken wat de dag hen oplegt, op een later moment, verpakt als een indexeringsaanpassing waar ze nooit de kans krijgen om vraagtekens bij te plaatsen.
Dat is uiteindelijk de vraag waar je langer bij stil moet staan dan bij het cijfer zelf. Het record van dinsdag zal opnieuw worden verbroken, waarschijnlijk eerder dan iemand verwacht, door een nieuwe hittegolf, een nieuwe koudegolf of weer een periode van windstil, grijs weer waardoor het elektriciteitsnet te weinig opties heeft. Als dat gebeurt, zal de interessante vraag niet zijn hoe hoog het cijfer is opgelopen. De vraag zal zijn hoeveel huishoudens het zagen aankomen, en hoeveel er gewoon ervoor hebben betaald zonder dat er ooit om gevraagd is.
10s Energy koppelt de realtime balanceringsprijzen van Elia aan Home Assistant, zodat elektrische auto’s, warmtepompen en accu’s automatisch kunnen reageren op daadwerkelijke nettekorten, in plaats van dat een huishouden daar pas achteraf, via de energierekening, achter komt.

